BLOG 7
Moet je van het licht af of juist naar het licht toe behangen?
Door Ingrid Bogerman
Het is een vraag die ik in de winkel zó vaak krijg dat ik er wel een blog aan móést wijden:
“Moet ik nu van het licht af of juist naar het licht toe behangen?”
En geloof me: het antwoord maakt echt verschil in hoe strak en mooi je behang uiteindelijk op de muur zit. Dus laat me je meenemen in hoe het werkt, waarom het uitmaakt, en waar je op moet letten.
Eerst even dit: waarom speelt licht überhaupt een rol?
Bij behangen draait het niet alleen om lijm, banen en patronen — licht bepaalt hoe je muur eruitziet.
Het licht valt namelijk op de naden tussen de banen. Als die naden naar je toe vallen, zie je ze sneller. Als ze van je af lopen, vallen ze veel minder op.
Daarom is het zo belangrijk om te weten waar het daglicht vandaan komt.
Behang altijd van het licht af
Dit is de gouden regel die ik iedereen meegeef:
Je behangt vanaf het raam en je werkt weg van het licht af.
Oftewel:
Het licht moet tegen je banen in vallen, niet met de banen mee.
Waarom?
Het licht vult de kleine schaduwjes tussen de banen op.
Eventuele naden worden minder zichtbaar.
Je behang oogt strakker en egaler.
Je voorkomt dat je later denkt: “Hadden die naden echt zo moeten blijven?”
Het is één van die kleine behanggeheimen die een groot verschil maken in het eindresultaat.
“Maar mijn muur heeft twee ramen… of helemaal geen!”
Goede vraag — en dat hoor ik ook regelmatig.
Bij meerdere ramen
Kies het raam waar het meeste of sterkste licht vandaan komt. Dat is je startpunt.
Bij een donkere muur zonder ramen
Kijk naar de belangrijkste lichtbron, meestal de deurzijde of een open ruimte.
Daar start je.
Bij kunstlicht
Daglicht is altijd leidend. Maar als je een ruimte vooral ’s avonds gebruikt, is het soms slim om ook even te kijken hoe de lampen het licht verspreiden.

En hoe zit het met patroonbehang?
Bij behang met patroon (bloemen, geometrisch, strepen,… noem maar op) speelt nóg iets mee:
Je wilt dat het patroon logisch doorloopt en op de juiste plek begint.
Maar ook dan blijft de lichtregel van kracht.
Dus:
Start bij het raam.
Check hoe het patroon valt.
Bepaal waar de mooiste baan moet komen (bijvoorbeeld achter een bank of in het zicht bij binnenkomst).
Combineer beide factoren en begin daar waar het klopt.
Ik help klanten in de winkel hier vaak even mee — een foto van de ruimte zegt al genoeg.
Wanneer zou je wél naar het licht toe behangen?
Heel eerlijk?
In bijna geen enkel geval.
Het nadeel (zichtbare naden) weegt nooit op tegen het voordeel.
Alleen bij vliesbehang met een héél klein kleurverschil kun je experimenteren — maar zelfs dan is van het licht af bijna altijd mooier.
Mijn advies als professional én interieurmens
Behangen is tegenwoordig helemaal niet moeilijk meer, zeker met vliesbehang. Maar de kleine details — zoals de richting waarin je werkt — maken het eindresultaat écht professioneel.
Dus onthoud:
Behang vanaf het raam en werk van het licht af.
Je behang zal je dankbaar zijn.
En jij jezelf ook.
Kom je er niet uit, ik kijk graag even met je mee voor het beste startpunt — en natuurlijk helpen we je kiezen uit alle mooie behangcollecties die we hebben.
Tot in de winkel in Hazerswoude-Dorp!
